MARTEN TOONDER TUSSEN TOON HERMANS EN SETH GAAIKEMA

(In Fijne Trillingen nr. 36, september 2019)

In de zomer van 2009 voerde ik lange gesprekken met mijn vriend de dichter-cabaretier Seth Gaaikema. Wij hadden het over het bijzondere van en aan Toon Hermans (1916-2000) en Marten Toonder (1912-2005) . Ik werkte in die zomer aan mijn Toonderbiografie. Over de uitstraling en het succes van Toon en Toonder in ons gehele taalgebied (en soms daar buiten) concludeerden wij dat wij de twee kunstenaars, de één uit Limburg en op het toneel, de ander uit Rotterdam, maar met Groningse roots en achter zijn schrijf- en tekentafel, met elkaar konden vergelijken. Vanaf de zijlijn van de samenleving waren zij in het centrum van de belangstelling van honderdduizenden gekomen.

Seth

Seth was in de laatste jaren van Toonders leven diens toeverlaat en vriend. Het was een artistieke en een persoonlijke vriendschap, dat wilde zeggen: Seth en Marten wisselden creatieve ideeën uit, maar ook persoonlijke sores. Toonder had aan het eind van zijn leven voor Seth nog decors voor een musical getekend. In Duitsland werden in die tijd musicals van Seth uitgevoerd, in Nederland gold dat voor zijn musical over Kuifje. Marten stuurde aan Seth zijn decorontwerpen op, en vroeg: ‘Is dit soms iets?’ Ik moet Seths archief er nog eens op napluizen voor welke musical de tekeningen bedoeld waren . Het archief is nu in handen van diens toekomstige biograaf.

Tussen Seth en Marten was sprake van een vriendschap tussen twee mannen van Groningse komaf. Seth gaf mij graag voorbeelden van wat hij het Groningse gedrag van Marten noemde. Het eerste voorbeeld: Marten voelde zich in gezelschap zelden op zijn gemak. Hij zei tegen Seth:
‘Dan zit ik in gezelschap en kijk voor me uit en dan druk ik de stemming, wat niet de bedoeling is.’
Een ander voorbeeld, over een bezoek van Marten aan Seths boerderij in het Brabantse Schijndel:
‘We drinken koffie in de keuken. Marten gaat naar het toilet en komt niet terug. Blijkt hij in het voorhuis in een oude leunstoel bij de open haard te zijn gaan zitten. Dat vond hij prettig. Hij was te verlegen om het mij in gezelschap te vragen.’ Nog een voorbeeld.
‘Als we uit eten gingen, altijd hetzelfde verhaal. Ik vroeg dan: “Zullen we maar tong doen?” “Ja,” antwoordde Marten dan, “maar dan niets vooraf.” Dik doen lag niet in zijn Groningse aard.’
Toonder wist zich genetisch Gronings bepaald, net als Seth. Hoewel zij publieke figuren waren geworden, kwamen antwoorden op vragen altijd op een vanzelfsprekende, natuurlijke wijze beheerst naar buiten. Grote emoties bleven in hun binnenwereld. Het mooiste compliment dat zij konden ontvangen, zo vonden zij, was: ‘Hij is zo gewoon.’ Of: ‘Hij blijft zo gewoon.’ Seth Gaaikema: ‘De Groningse nuchterheid hadden wij gemeen.’ Seth wilde zo lang en zo dicht mogelijk bij Marten zijn. Hij gaf hem in november 1998 zijn dichtbundel Geef me de ruimte met een briefje dat alles zegt over zijn vriendschap:
‘Lieve Marten. Hierbij m’n “getuigenis” van wat ik soms geloof en niet geloof. Wat het ook is, ’t is in elk geval eerlijk. ‘k Heb er geen dingen bijgehaald, die ik niet voel. Geen “stadse fratsen”. Ik hoop, dat het je aanspreekt en het zou kunnen dat je een lichte verwantschap voelt. In liefde en vriendschap. Seth.’

Toen ik aan de biografie van Marten Toonder begon, wilde diens zoon Eiso er niet aan meewerken. Nee, ik hoefde niet langs te komen in Brussel, nee, de lezers moesten het maar bij het gepubliceerde werk van zijn vader houden. Het waren de bekende argumenten van nabestaanden na de dood van een kunstenaar. Ik heb heel wat in mijn ogen oerdegelijke brieven aan Eiso geschreven, maar hij hield voet bij stuk. Nee is nee. Terwijl hijzelf het ene na het andere biografische verhaaltje schreef en publiceerde of vertelde. Het was Seth Gaaikema die Eiso ervan overtuigde dat de biograaf van Achterberg, Escher, Slauerhoff en Vestdijk zijn vader niet ten schande zou maken, die zijn vader een voorname plek in de literatuurgeschiedenis zou geven, waar hij nog niet voorkwam (!). Nee, deze biograaf zou bij voorbaat niets verzwijgen. Ik denk dat Eiso uiteindelijk met mij in zee ging, uit respect voor de relatie van zijn vader met Seth Gaaikema. Het resultaat is een streng, uitgebreid en soms persoonlijk e-mailverkeer geworden. Ik heb op mijn beurt deze regels voor Fijne Trillingen geschreven, uit respect voor Eiso, Seth en Toon.

De vriendschap tussen Marten en Seth was een vriendschap tussen een vader en zoon. Seths vader, een dominee èn zijn voorbeeld was overleden, Seths oudere vriend en schrijver Jan Willem Hofstra leefde ook niet meer. Seth zocht, zo vertelde hij mij, vaderlijke compensatie voor dit verlies bij MartenToonder, met wie hij bovendien geestelijke en artistieke intimiteit wilde delen. Dat bleek over en weer het geval te zijn. Marten Toonders vader, zijn vertellende voorbeeld, was eveneens overleden, en dat gold ook voor zijn beste en oudste vriend: zijn schrijvende broer Jan Gerhard. Bij Seth voelde Marten zich thuis. Soms waren de rollen zelfs omgedraaid en luisterde ‘vader’ Seth naar zijn aarzelend sprekende ‘zoon’ Marten:
‘Het woord lief kon hij niet zeggen. Als ik door de telefoon zei: “Dag lieve Marten”, was het lange tijd stil. En dan, eindelijk, aarzelend: ‘Dag lieve Seth’. Dat betekende een overwinning voor hem.’ Seth ontdekte in Marten vooral een kwetsbare man. Iets van die kwetsbaarheid is terug te lezen en te zien in Tom Poes en de spiegelaar. Daar komen emoties aan de orde die volgens Seth in het verdere creatieve werk van Toonder ontbreken.

Van mijn gesprekken met Seth in diens boerderij te Schijndel, maakte ik een verslag. Daarin lees ik passages die mij Marten Toonders reilen en zeilen beter doen verstaan. Neem Toonders manier van praten, aldus Seth: ‘Alles eerst in een gesprek beamen, alles eerst toegeven. Maar een enkele keer reageren: “Interessant, ja,” of: “Zou best kunnen…” Maar ondertussen zette hij de situatie naar zijn hand.’ Er was bij Toonder altijd sprake van underacting en, ongewild of expres, daar kwam je niet achter, was hij onhandig in het onderhouden van contacten. Een anonieme journalist van de Telegraaf schreef in 1954 treffend:
‘Een gezicht vol kalme afweer tegen een lawaaiige samenleving; een beetje een ondoorgrondelijk gezicht. De bril met schildpad-montuur versterkt dit effect nog. De mond trekt bij het bedachtzame praten een tikje scheef, alsof de spreker de woorden liever niet afgaf en ze in ieder geval geen groot gat om te ontsnappen gunt. Maar de ogen, onder het hoge, gemakkelijk rimpelende voorhoofd, verraden binnenpretjes. Bovendien zijn het de ogen van een gevoelig en zelfs kwetsbaar man. Marten Toonder is wat je noemt een binnenvetter, doch in dat binnenste moet het leven zeer intens en zeer kleurig en sprankelend van humor zijn en ergens een harde kern hebben. ‘ Die harde kern was er zeker als het over het materialistische ‘brood op de plank’ ging. Dan kon Toonder hard overkomen en dan was er sprake van een gespletenheid die te vergelijken was met die van de Vlaamse schrijver Willem Elsschot: emotioneel afstandelijk blijven, maar als zakenman direct zijn. Eenzelfde gespletenheid vertoonde Toon Hermans, wiens uitgever ik meer dan twintig jaar mocht zijn en daardoor, zeker dankzij de veertiendaagse tot maandelijkse ontmnoetingen en gesprekken onder vier ogen, eerst in Hilversum, later in Bosch en Duin, zíjn toeverlaat werd. Dacht Seth bijna dagelijks na Martens dood aan Toonder, zo doe ik dat na Toons dood zeker wekelijks aan Toon Hermans. Het herbeleven van een kunstenaar in actie.

Niet alleen in zakelijk opzicht leek Toonder op Toon Hermans. Beiden vertoefden het liefst in een andere wereld dan de wereld om hen heen. Zij zochten ruimte en de ruimte. Wat was er meer tussen hemel en aarde? Ze werden met wat zij doorgaven van hun ruimte avonturen mateloos populair. Zij beiden wisten niet hoe dat kwam. Toon Hermans’ woorden en gebaren waren simpel, maar ze raakten zijn publiek vanaf het moment dat het doek opging en hij het toneel richting zaal liep. De verhaallijnen van Marten Toonder waren simpel, zijn personages voorspelbaar en toch kon de lezer-kijker vanaf de eerste bladzijden van een nieuw stripverhaal niet van de personages en hun avonturen los komen.

Ik besef nu ik dit schrijf, dat Toonder en Hermans op hetzelfde moment elke dag wandelden, de een over de heide van Blaricum en later in de Wicklow Mountains, de ander in een bos van Hilversum en later van Bosch en Duin. De tijdens de wandeling opgedane Ideeën werden thuis uitgewerkt. Toon gebruikte als hulpmiddel onderweg een heel klein dicteerapparaatje. Het aantal mini-geluidsbandjes moet niet te tellen zijn.

Er was ook een verschil tussen beide artistieke grootmeesters. Ik kon Toon Hermans ervan weerhouden op zoek te gaan naar het Waarom van zijn succes. Bij enkele gesprekken met zijn vriend en psychiater Harry Prick bleef het. Mijn devies was: zie niet om, ontdek, kijk vooruit, verwonder je, blijf werken. Ramses Shaffy was niet voor niets een van de weinige jonge zangers die Toon waardeerde door het lied ‘Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en verwonder.’ Ook nadat Toon Hermans niet meer optrad, bleef hij liedjes schrijven en zingen, en bleef hij met een klein combo in zijn kleine studio repeteren. Marten gaf wél aan zijn nieuwsgierigheid naar zijn succes toe. Hij las de filosoof Jung, en begon zijn spontane personages als archetypen te zien. Aan zijn oorspronkelijk onbevangen stripverhalenwerk kwam een eind. Met het schrijven van de gedichten van de Markies de Canteclaer en van zijn herinneringen bleef hij schrijver, zij het niet de verteller van de Avonturen van heer Ollie en Tom Poes en Panda.

HET GEHEIM VAN MARTEN TOONDER

In het najaar verschijnt bij uitgeverij De Bezige Bij, in samenwerking met de Toonder Compagnie en de koninklijke drukkerij Johan Enschedé, een exclusief boek over Marten Toonder, onder de titel: Het geheim van Toonder.
De exclusiviteit betreft de vormgeving, de veelal niet eerder gepubliceerde illustraties, en de tekst die Wim Hazeu schrijft. Hij is al een half jaar op zoek naar documenten, vooral brieven, met teksten van Toonder die in het kader van 'het geheim van Toonder' in een verhaal kunnen worden opgenomen.
Dit onderzoek (er zijn inmiddels al 200 lemma's gemaakt) wordt in maart afgerond, waarna het verhaal in de maanden april en mei zal worden geschreven.

Daarna begint Wim Hazeu aan een essay over de geboorte van de dichter Saul van Messel. Van Messel is het pseudoniem van de historicus Jaap Meijer, de vader van Ischa. Hij debuteerde op latere leeftijd. Zijn debuut en de publicaties daarna heeft Wim Hazeu van heel dichtbij meegemaakt. Het essay wordt geschreven voor het literaire tijdschrift De Parelduiker.
Als ontspanning is een bezoek gebracht aan het dorp Lage Vuursche, waar Wim Hazeu een beroemd personage uit de Bommelverhalen, namelijk Markies de Canteclaer, aantrof.

Canteclaer

HERZIENE DRUK SLAUERHOFFBIOGRAFIE

Verschenen is de vierde druk van de Slauerhoffbiografie (Arbeiderspers), met veranderingen en aanvullingen. Opvallend zijn nieuwe foto’s in de illustratiekaternen, onder andere van een late vriendin van de dichter, een verpleegster uit Sneek. Een leerzame aanvulling is dat getallen naar onze tijd vertaald zijn. Slauerhoff verdiende in 1932 360 gulden per maand. Dat zou nu 3300 euro betekenen. Hij bezocht in 1932 Dakar, toen met 30.000 inwoners, nu met 1,1 miljoen. Er zijn pas ontdekte brieven opgenomen, andere brieffragmenten zijn uitgebreid. Aanvullingen kwamen ook voort uit de nalatenschap van Ton Pronker, zeezeiler en achterneef van Slauerhoff. En uit het boek vida triste van Noud van den Neste, over Slauerhoff en de fado.

IMG 3099

IMG 3122


HRABAL IN BOEKENPOST

In het recent verschenen nummer van Boekenpost schrijft Wim Hazeu over de Praagse Lente, over de bezetting door Russische troepen in augustus 1968, nu vijftig jaar geleden, en zijn ontmoetingen met Tsjechische schrijvers. Hij staat stil bij het gesprek dat hij in 1967 voerde met de beroemde schrijver Bohumil Hrabal.


CARTOON
 
WimCartoon
Markies de Canteclaer spreekt met Wim Hazeu, want luisteren doet hij niet.
Cartoon van Theo Poot.
 
NOMINATIE BIOGRAFIEPRIJS

Op de long list van de Nederlandse Bookspot Literatuurprijs 2018 staat de biografie van Lucebert door Wim Hazeu. Hij won die prijs eerder met de Slauerhoffbiografie, terwijl zijn Marten Toonderbiografie op de short list kwam te staan. Wie de prijs nu wint wordt half september bekendgemaakt.
 

Hazeu. Lucebert

WILLEM WILMINK

In nummer 156 van het blad Boekenpost is de column van Wim Hazeu gewijd aan zijn herinneringen aan de dichter Willem Wilmink. Op 2 augustus 2018 is het vijftien jaar geleden dat Wilmink op 66-jarige leeftijd in zijn geboortestad Enschede overleed. Wilmink was naast Hans Dorrestein en Thera Coppens de vertaler van de versjes van de inventieve, satirische Amerikaanse dichter-zanger Shel Silverstein. Ze werden door Hazeu uitgegeven bij uitgeverij Fontein onder de titel Licht op zolder. Bij uitgeverij De Prom verzorgde hij Wilminks uitgave Mijn broer, een studie van de poëzie van de Groningse dichter Hendrik de Vries.

 
 
KORTE DOCUMENTAIRE OVER LUCEBERT EN ZIJN BIOGRAAF
 

NOOIT MEER SLAPEN

Wim Hazeu was op woensdag 14 februari vanaf 00.00 uur te gast in het late night cultuurmagazine van de VPRO-radio op NPO Radio 1. Hij werd geïnterviewd door Elfie Tromp.

Op zaterdag 10 februari was hij te gast in het NPO Radio 1 programma Nieuwsweekend. Klik hier om te luisteren naar het gesprek over de biografie van Lucebert, met Mieke van der Weij en met Onno Blom, biograaf van Jan Wolkers.


SUNDAY SEMINAR LUCEBERT

Impressie presentatie Lucebertbiografie in het Stedelijk op 11 februari 2018, voor bijna 300 gasten. Op de eerste rij o.a. Remco Campert en zijn vrouw, Wim Hazeu en Thera Coppens.

D2743450 100B 4684 BFBA E3DF1E16C209

 


ARTIKELEN OVER LUCEBERT

Als proloog op de uitgave van zijn Lucebertbiografie in februari 2018, publiceert Wim Hazeu twee artikelen in literaire tijdschriften. De artikelen zijn autonoom, dat wil zeggen: ze zijn beslist géén voorpublicaties, veel eerder onverwachte supplementen van de biografie. In De Parelduiker (22e jg.:5, december 2017) schrijf hij onder de titel: ‘Krokodillentranen van Carmiggelt’ een artikel over de manier waarop Carmiggelt in Het Parool Lucebert in diskrediet probeerde te brengen.

Carmiggelt

Volgens Carmiggelt hield Lucebert zijn kunstwerken gereserveerd voor botte burgers, die hun aangeschafte kunstwerken als statussymbool aan de wand hingen, in tegenstelling tot Aat Veldhoen, die zijn tekeningen in grote oplagen voor een paar gulden aan de gewone man verkocht. Het bleek minstens een grote, zelfs een beetje kwaadaardige vergissing van Carmiggelt.
In het Vlaamse tijdschrift Zacht Lawijd (januari 2018) een opvallend artikel over de relatie van Lucebert tot de Vlaamse literatuur. Het gaat dan niet om het samenwerken van Lucebert en Hugo Claus – beide dichters zagen elkaar zelden, al werden zij beiden door De Bezige Bij uitgegeven -, maar tussen Lucebert en de jongere dichter Paul Snoek. Wim Hazeu kon daarbij putten uit een tot voor kort onbekende bron: de brieven van Lucebert aan Paul Snoek, met name uit de tijd dat Snoek als militair gelegerd was in Duitsland.


BOLDEREN

'Met de bolderwagen bolderen.' Wanneer een dichtbundel zo begint,en Springtij in de flanken (1973) van Wim Hazeu zet inderdaad aldus in, geef ik me meteen gewonnen." schreef Mario Molegraaf in de Provinciaal Zeeuwsche Courant van 6 november 2017. Lees verder (column rechts).

LUCEBERT

Recent en lang interview met Wim Hazeu over biografieën en over het nieuwe boek over Lucebert zie: www.hpdetijd.nl/2017-06-02/biograaf-wimhazeu/

IMG 1908
Wim Hazeu interviewt in het Franse La Crace ooggetuige uit leven van Lucebert.
Oktober 2016.

Aanvankelijk was het plan om de Lucebertbiografie van Wim Hazeu in november 2017 te presenteren. Bij nader inzien vindt uitgever De Bezige Bij dat de biografie beter later kan verschijnen, omdat op 18 oktober, 10 jaar na de dood van Jan Wolkers, de Wolkersbiografie verschijnt. Daardoor zouden beide biografieën bij dezelfde uitgever te dicht op elkaars huid zitten. De presentatie van de Lucebertbiografie is nu gesteld op donderdagmiddag 8 februari, waarschijnlijk in het Stedelijk Museum te Amsterdam, onder het motto: Lucebert terug in het Stedelijk.
 
DE BEZIGE BIJ
 

Op uitnodiging en uit waardering voor hem en zijn werk is Wim Hazeu tot lid benoemd van de Schrijversvereniging “De Bezige Bij”. Bij uitgeverij De Bezige Bij gaf hij onder andere de biografieën van Vestdijk en Marten Toonder uit en zal volgend jaar de biografie van Lucebert verschijnen. De schrijversvereniging stelt zich ten doel het behartigen van de literaire belangen van haar leden in de ruimste zin van het woord. De vereniging beheert bijvoorbeeld een aantal fondsen waarop leden een beroep kunnen doen, zoals het fonds Bijzonder Uitgaven. Huidig voorzitter van de verenging is de schrijver Allard Schröder.

 
MUZIEK EN VESTDIJK

Bij uitgeverij Prominent verscheen de bundel Molto Moderato. Het is de correspondentie tussen de romanschrijver S. Vestdijk en de dichter Jozef Eijckmans over hun beider passie: klassieke muziek. Vanaf 1956 begon Vestdijk op grote schaal over klassieke muziek te publiceren, op de manier waarop hij eerder dichtbundels besprak. Citeer het beste werk, en wijdt dáár over uit. En trek je niets aan van de mening van hoog geachte musicologen. Die methode beviel muziekkenner Eijckmans wel, zeker nadat hij in zijn lijfblad Het Vaderland Vestdijk over Schumann had gelezen, nota bene de componist over wie hij zoveel wist dat hij er wel een boek over had kunnen schrijven. Beide kunstenaars schreven elkaar tussen 1956 en 1970 brieven over composities. Zij waren het zelden met elkaar eens, en dat leidde tot aangename polemische brieven.

De correspondentie is ingeleid door musicoloog en Vestdijkkenner Emanuel Overbeeke. Wim Hazeu haalt in het boekje (64 blz.) herinneringen op aan de muzikale Eijckmans, van wie hij eerder de Verzamelde gedichten uitgaf.
Voor boekbestellingen via de boekwinkel noemen ISBN 978-94-92395-09-2.

 
LUCEBERT
 
Wim Hazeu is na jarenlang onderzoek in oktober 2015 begonnen met het schrijven van de biografie van Lucebert. De dead line is 1 juni 2017. De beoogde verschijnmaand is februari 2018. De uitgever De Bezige Bij. De Stichting Lucebert is inmiddels samen met De Bezige Bij begonnen aan de voorbereidingen voor diverse presentaties.
 

Lucebert Tony BrechtLucebert en Tony met zoontje Brecht

Na de presentatie van het boek zal Wim Hazeu op verzoek van uitgeverij De Arbeiderspers een geheel herziene en aangevulde vierde druk van zijn biografie van J. Slauerhoff verzorgen.

BESTUREN

Wim Hazeu is bestuurslid van de Vestdijkkring en vast medewerker van de Vestdijkkroniek. Bestuurslid van Stichting Vrienden van het tijdschrift De Parelduiker. Lid van het comité van aanbeveling van Stichting ‘t Oude Kinderboek, gevestigd in de grote Bibliotheek te Deventer. Redacteur en medebestuurder van uitgeverij Prominent te Baarn.

vlieland 005Op Vlieland met Gerrit Jan Zwier en Theo Sontrop na Slauerhoffbijeenkomst

PROMINENT

In de PROMINENT-reeks verschijnen boeken die aanhaken aan actuele literaire en historische thema’s. De redactie wordt gevoerd door Wim Hazeu en Cok de Zwart. De PROMINENT-reeks is te beschouwen als de voortzetting van de serie De Prom Bibliofiel, die Wim Hazeu als directeur van uitgeverij De Prom eind jaren 1980 startte en tot 2001 heeft uitgebracht. Op de website worden de boeken geheel in stijl (zonder poeha of reclame) gepresenteerd. De titels zijn tegen een redelijke prijs en zonder verzendkosten te bestellen.

 
SLAUERHOFF

In november 2015 verscheen bij uitgeverij Aspekt een herdruk van Jan Pietersz. Coen door
J. Slauerhoff (ISBN 9 789461 537 683). Voor deze herdruk schreef Wim Hazeu in zijn hoedanigheid van de biograaf van Slauerhoff, het nawoord.

SlauerhoffCoen

FIJNE TRILLINGEN

Vanaf januari 2014 is Wim Hazeu vast medewerker van Fijne trillingen, het blad van het Museum De Bommelzolder te Zoeterwoude. Hij zal uit de correspondentie tussen Jan Gerhard en Martien Toonder de interessantste brieven publiceren en van commentaar voorzien. De broers hielden geen blad voor hun mond...

Wim Hazeu is vanaf januari 2014 de nieuwe columnist van het tweemaandelijks tijdschrift voor boeken- en stripliefhebbers en antiquaren: Boekenpost. Hij volgt cabaretier Eric van Vleuten op. 

PERSBERICHT: Wim Hazeu schrijft voor Blauwe Reeks Bommelboeken

Vanaf 2014 schrijft Wim Hazeu, de biograaf van Marten Toonder, voor de zogenaamde Blauwe Reeks met gebonden Bommel- en Tom Poesboeken van De Bezige Bij voor elk verhaal een inleiding. Het gaat om 29 delen met elk gemiddeld drie verhalen. Ze worden uitgegeven in de periode 2014 tot 2018.

watmal

Onder de titel Wat mal! komt het eerste deel in 2014 uit met de verhalen Tom Poes en de vuursalamander, Heer Bommel en de Labberdaan en Tom Poes en de pasmunt. Eerder werden de inleidingen geschreven door de inmiddels overleden Eiso Toonder.

PERSBERICHT: Biograaf Wim Hazeu ontvangt Ina Dammanprijs 2012

De Ina Dammanprijs 2012 wordt toegekend aan Wim Hazeu. Het bestuur van de Vestdijkkring kent de prijs aan de biograaf van Simon Vestdijk toe voor al zijn biografisch onderzoek dat hij verricht (heeft), uitmondend in een biografie van de auteur, in de bezorging van de briefwisseling tussen Simon Vestdijk en Henriëtte van Eyk, in tal van artikelen, lezingen en voordrachten. De Vestdijkkring eert Wim Hazeu hiermee voor zijn grote inzet om het leven en werk van Vestdijk onder de aandacht te brengen van een groot lezerspubliek.

Wim Hazeu heeft op 10 november 2012 in ontvangst genomen met het uitspreken van de rede: De biograaf van Vestdijk krijgt nooit rust.

De Ina Dammanprijs is een tweejaarlijkse onderscheiding voor iemand die een aantoonbare bijdrage heeft geleverd aan het in stand houden van de kennis over en de belangstelling voor de persoon en het werk van Simon Vestdijk. De prijs bestaat uit een geldbedrag en een beeldje van Ina Damman, vervaardigd door de weduwe Mieke Vestdijk.

OVERDRACHT TOONDERARCHIEF

Op woensdag 1 december 2010 werd het grote archief van Marten Toonder door de Erven Toonder overgeplaatst naar het Letterkundig Museum. Om half vier die dag hield de biograaf van Toonder, Wim Hazeu, in het Letterkundig Museum een toespraak over het belang van dit Toonderarchief.

 

WEDUWE ACHTERBERG

Onder de titel 'Biograaf tussen twee weduwen' schreef Wim Hazeu een lang en spannend artikel over zijn belevenissen met de weduwe Achterberg (en in mindere mate met de weduwe Vestdijk) tijdens en na het werken aan zijn Achterberg. Een biografie. De gebeurtenissen na de publicatie van de biografie zijn zelfs te rangschikken onder de kop tragi-spectaculair.

achterbergjaarboek

Het artikel is gepubliceerd in het tiende Jaarboek Gerrit Achterberg. Het is een uitgave van de Stichting Genootschap Gerrit Achterberg. Losse nummers kosten 18 Euro. Zie de website www.stichting-genootschap-gerrit-achterberg.nl.

ZUID-HOLLANDSE BELEVENISSEN

Bij Stichting Achterland Zeist verscheen de gebonden en geïllustreerde bloemlezing Zuid-Holland, literaire reis langs het water. Zuid-Holland is de meest waterrijke provincie van Nederland. De vloeiende overgang van zee naar binnenwater, van rivieren naar zee, met verbindingen tot in het centrum van de oude Hollandse steden en richting het achterland, is uniek.

zuidholland
Tientallen schrijvers hebben zich door dit waterland laten inspireren. Wim Hazeu schreef in opdracht het 'Ten geleide' (18 bladzijden), waarin hij zijn autobiografische verhalen vertelt: hij werd geboren in Delft, groeide er op, fietste naar Rotterdam (waar hij later militair was) en Scheveningen, woonde in Waddinxveen en had literaire en artistieke vrienden in Maassluis, Haastrecht, Den Haag, Gorinchem en Rotterdam. Deze autobiografische schets wordt afgewisseld met gedichten van tijdgenoten. Een soortgelijk boek met een soortgelijk Ten Geleide is voor het najaar aangekondigd over bijzondere gebouwen en andere objecten in de provincie Utrecht. Zie: www.achterland.nl.

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save